**1.** Onverminderd de artikelen 11.1.19 tot en met 11.1.22 kan Onze Minister besluiten dat ten aanzien van een beroepsopleiding aan een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs gedurende ten hoogste zes maanden rechten kunnen worden geschorst indien:
het bevoegd gezag van een aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs wat betreft het onderwijs of de examinering tekortschiet in de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet;
er daardoor of mede daardoor een wezenlijk vermoeden bestaat dat niet aan alle voorwaarden wordt voldaan om tot diplomering over te gaan of de kwaliteit van de examens in grote mate niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4; en
de inzet van andere bevoegdheden van Onze Minister op grond van deze wet niet kan worden afgewacht.
**2.** Onze Minister schorst uitsluitend:
het recht op examinering voor de betreffende beroepsopleiding, of een deel daarvan;
het recht om voor die opleiding een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 te verstrekken;
het recht om voor onderdelen van die opleiding een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 te verstrekken; of
het recht om voor delen van die opleiding een verklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a te verstrekken.
Hoofdstuk 11 › Titel 1 › Paragraaf 3
Artikel 11.1.18
Schorsing recht op examinering of diplomering bij wezenlijk vermoeden dat de waarde van diploma’s en certificaten in het geding is
Onderdeel van Wet educatie en beroepsonderwijs· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2026