Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11 › Titel 1 › Paragraaf 1

Artikel 11.1.2

Voorwaarden erkenning beroepsopleiding in beroepsopleidende en beroepsbegeleidende leerweg

Onderdeel van Wet educatie en beroepsonderwijs· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2026

1. Onze Minister verleent een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg of beroepsbegeleidende leerweg indien wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de volgende artikelen, met dien verstande dat voor «instelling» wordt gelezen «aanbieder van niet uit ’s Rijks kas bekostigd beroepsonderwijs»: artikel 1.3.6; de artikelen 6.1.2a en 6.1.3a; hoofdstuk 7, titels 1, 2 en 4, met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7.1.1, 7.1.4, 7.1.5, 7.2.4a, 7.2.7, zevende lid, laatste bijzin, 7.4.8, vierde lid, en 7.4.9 tot en met 7.4.11; artikel 7.5.3; artikel 8.2.1; de artikelen 8.6.1 en 8.6.3, voor zover sprake is van een samenwerkingscollege; en artikel 11.1.4. 2. Indien een erkenning voor een niet uit ’s Rijks kas bekostigde beroepsopleiding van een aanvrager is ingetrokken op grond van artikel 11.1.8, tweede lid, onderdeel a, of artikel 11.1.20, eerste lid, onderdeel b, wordt een erkenning alleen verleend indien de aanvrager aantoont dat zodanige verbeteringen zijn aangebracht dat aannemelijk is dat de beroepsopleiding van voldoende kwaliteit zal zijn. 3. Een intrekking op grond van artikel 1.4.1, vierde lid, onderdeel a, en een ontneming op grond van artikel 6.2.2, eerste lid, onderdeel a, zoals die artikelen luidden op de dag voor inwerkingtreding van het onderhavige artikel worden aangemerkt als een intrekking als bedoeld in het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel