**1.** Onder het beroep van docent wordt verstaan het binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de instelling, verantwoordelijkheid dragen voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de instelling.
**2.** Docenten komt een zelfstandige verantwoordelijkheid toe als het gaat om het beoordelen van de onderwijsprestaties van studenten en vavo-studenten.
**3.** Docenten beschikken over voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap, waaronder wordt verstaan de zeggenschap over:
de inhoud van de lesstof;
de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden en de middelen die daarbij worden gebruikt;
de te hanteren pedagogisch-didactische aanpak op de school en de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven, waaronder de begeleiding van de studenten en vavo-studenten en de contacten met de ouders;
het in samenhang met de onderdelen a, b en c, onderhouden van de bekwaamheid van de docenten als onderdeel van het team.
**4.** Het bevoegd gezag maakt met de docenten afspraken over de wijze waarop de zeggenschap van docenten als bedoeld in het derde lid wordt georganiseerd.
Hoofdstuk 4 › Titel 1a
Artikel 4.1a.1
Het beroep van docent
Onderdeel van Wet educatie en beroepsonderwijs· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2022