Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2, kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.
Hoofdstuk 4 › Titel 2a
Artikel 4.2a.1
Vereiste benoembaarheid overig personeel
Onderdeel van Wet educatie en beroepsonderwijs· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2006