**1.** Onze Minister verstrekt aan de contactgemeente een specifieke uitkering voor de activiteiten die de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de regio verrichten op grond van deze paragraaf. Deze uitkering wordt jaarlijks uiterlijk verleend in december voor het daaropvolgende kalenderjaar en blijft binnen de grenzen van de middelen die de begrotingswetgever beschikbaar heeft gesteld. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de berekening en betaling van de uitkering.
**2.** Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente zorgt dat de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de regio gebruik kunnen maken van de instrumenten die met behulp van de uitkering zijn verwezenlijkt.
**3.** Indien het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf niet nakomt, kan Onze Minister de uitkering geheel of gedeeltelijk inhouden of opschorten. Onze Minister gaat pas na overleg met het college van burgemeester en wethouders over tot gehele of gedeeltelijke inhouding. Onze Minister kan de uitkering opnieuw toekennen indien de reden voor inhouding of opschorting is vervallen.
**4.** Onze Minister kan de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de informatie op grond van artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met deze paragraaf.
Hoofdstuk 9 › Titel 2 › Paragraaf 1
Artikel 9.2.9
Specifieke uitkering
Onderdeel van Wet educatie en beroepsonderwijs· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026