De geldigheidsduur van een rondvluchtenvergunning wordt bepaald op 5 jaar, met uitzondering van de eerste afgifte, welke een geldigheidsduur zal krijgen van 1 jaar. Bij verlenging van deze eerste vergunning zal vervolgens een geldigheidsduur van 5 jaar worden gehanteerd.
Op verzoek van de aanvrager kan een kortere geldigheidsduur dan 5 jaar worden aangehouden;
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Bekendmaking beleidswijziging rondvluchtvergunningen ex art. 16b van de Luchtvaartwet· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 14 december 1995