Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Bekendmaking beleidswijziging rondvluchtvergunningen ex art. 16b van de Luchtvaartwet· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 14 december 1995

De geldigheidsduur van een rondvluchtenvergunning wordt bepaald op 5 jaar, met uitzondering van de eerste afgifte, welke een geldigheidsduur zal krijgen van 1 jaar. Bij verlenging van deze eerste vergunning zal vervolgens een geldigheidsduur van 5 jaar worden gehanteerd. Op verzoek van de aanvrager kan een kortere geldigheidsduur dan 5 jaar worden aangehouden;

Rechtspraak bij dit artikel