Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 5.11 › Subparagraaf

Artikel 5.11:3

Artikel 5.11:3

Onderdeel van Arbeidstijdenbesluit· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2007

1. De artikelen 5:3, tweede lid, 5:5, tweede lid, en 5:8, eerste en derde lid, van de wet zijn ten hoogste eenmaal in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren niet van toepassing, indien de werkgever de arbeid zodanig organiseert, dat de werknemer in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren: hetzij een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 24 uren; hetzij een rusttijd heeft van ten minste 11 uren in een aaneengesloten periode van 24 uren. 2. Indien het eerste lid, onder b, wordt toegepast, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer na het verrichten van die arbeid een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 24 uren. 3. De in het eerste lid, onder b, bedoelde aaneengesloten periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag waarop de werknemer arbeid verricht. 4. Toepassing van dit artikel is uitsluitend mogelijk bij collectieve regeling. Elk beding waarbij wordt afgeweken van de vorige zin dan wel het eerste, tweede of derde lid, is nietig. Voorheen art. 5.11:2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel