**1.** De bruto-wezenuitkering is gelijk aan een percentage van het bruto-bedrag behorend bij de nabestaandenuitkering bedoeld in artikel 17, eerste lid.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde percentage bedraagt voor een kind dat op de eerste dag van een kalendermaand
jonger is dan 10 jaar: 32,
10 jaar of ouder doch jonger dan 16 jaar is: 48, en
16 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar is: 64.
**3.** De bruto-wezenuitkering bedraagt voor een kind dat woont buiten Nederland, een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van het op grond van het eerste en tweede lid vastgestelde bedrag. Het percentage wordt zo bepaald dat het een weergave is van de verhouding tussen het kostenniveau van het land waar het kind woonachtig is en dat van Nederland. Het percentage bedraagt maximaal 100.
Treedt in werking met uitzondering voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Treedt in werking voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op 1 januari 2013.
Hoofdstuk 3 › Afdeling I › § 6
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Algemene nabestaandenwet· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2012