Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel XXXIII

Artikel XXXIII

Onderdeel van Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 1996

1. Artikel 1638c van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek zoals dit artikel luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op de arbeidsverhouding van de persoon: die op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of wiens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte intreedt op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen vier weken nadat een voor die inwerkingtreding gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt. 2. Voor de toepassing van het eerste lid geldt de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte als niet onderbroken wanneer perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.

Rechtspraak bij dit artikel