Van een schip wordt zo spoedig mogelijk aan de bevoegde autoriteit medegedeeld dat het:
aan de grond is geraakt of gezonken;
in aanraking is gekomen met een ander schip en daarbij schade van betekenis is ontstaan of zich persoonlijke ongevallen hebben voorgedaan;
een boei, baken of waterstaatswerk heeft aangevaren, verplaatst of beschadigd;
in een toestand verkeert waardoor de manoeuvreerbaarheid of de veiligheid nadelig wordt beïnvloed; of
voorwerpen of stoffen heeft verloren of dreigt te verliezen, die het scheepvaartverkeer in gevaar kunnen brengen.
Paragraaf 2 › Subparagraaf
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Scheepvaartreglement territoriale zee· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 25 april 1997