Bij het beoordelen van een vergunningaanvraag van een inrichting met af- een aanrijdend verkeer blijkt het vaak lastig te bepalen in hoeverre de verkeersbewegingen zijn toe te rekenen aan de inrichting. Blijkens de huidige jurisprudentie moet regulerend worden opgetreden als het verkeer van en naar de inrichting akoestisch herkenbaar is ten opzichte van het overige verkeer. Ik besef dat de nieuwe beoordelingsmethode hiervoor geen nieuwe aanknopingspunten biedt. Mij is gebleken dat de behoefte aan een ondubbelzinnig criterium voor het vaststellen van het toepassingsbereik van het begrip indirecte hinder wel degelijk bestaat. Vanuit deze constatering zal door mij in overleg met de VNG, IPO en het bedrijfsleven worden bezien of het mogelijk is hiervoor richtlijnen op te stellen.
Artikel 6
Reikwijdte van de vergunning
Onderdeel van Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening w.m.· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 maart 1996