**1.** Behoudens de artikelen 12 tot en met 15b hebben de volgende functionarissen mandaat ten aanzien van stukken die tot hun werkterrein behoren:
De Directeuren-Generaal en de directeuren van een directie of eenheid van het kernministerie;
de Directeur-Generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;
de inspecteur-generaal en de Directeur Strategie en Organisatie van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd;
de inspecteur-generaal, de Directeur Strategie, de Directeur Handhaven, de Directeur Slachttoezicht, de Directeur Handelstoezicht, de Directeur Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek en de Directeur Interne Organisatie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
de Algemeen Directeur van het CIBG;
de Directeur van het agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen;
de Directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau;
de Directeur van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
de Directeur van de Dienst Testen;
de hoofden van de direct onder de functionarissen, genoemd onder a tot en met i, ressorterende organisatie-eenheden.
**2.** Indien een directie of eenheid niet is verdeeld in organisatie-eenheden, heeft ieder ander lid van het collegiaal managementteam mandaat ten aanzien van stukken die tot het werkterrein van zijn directie of eenheid behoren.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Mandaatregeling VWS· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 14 september 2024