Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Mandaatregeling VWS· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 14 september 2024

1. Behoudens de artikelen 12 tot en met 15b hebben de volgende functionarissen mandaat ten aanzien van stukken die tot hun werkterrein behoren: De Directeuren-Generaal en de directeuren van een directie of eenheid van het kernministerie; de Directeur-Generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; de inspecteur-generaal en de Directeur Strategie en Organisatie van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd; de inspecteur-generaal, de Directeur Strategie, de Directeur Handhaven, de Directeur Slachttoezicht, de Directeur Handelstoezicht, de Directeur Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek en de Directeur Interne Organisatie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; de Algemeen Directeur van het CIBG; de Directeur van het agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen; de Directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau; de Directeur van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen; de Directeur van de Dienst Testen; de hoofden van de direct onder de functionarissen, genoemd onder a tot en met i, ressorterende organisatie-eenheden. 2. Indien een directie of eenheid niet is verdeeld in organisatie-eenheden, heeft ieder ander lid van het collegiaal managementteam mandaat ten aanzien van stukken die tot het werkterrein van zijn directie of eenheid behoren.

Rechtspraak bij dit artikel