In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt, tenzij in dit besluit uitdrukkelijk anders is bepaald, verstaan onder:
ministerie: Ministerie van Defensie;
bevoegd gezag: de bij ministeriële regeling aan te wijzen functionarissen;
de dienstreiziger:
de militair, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, of
de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, van het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie,
voor zover de onder 1° of 2° genoemde een dienstreis maakt;
de dienstreis: de door het bevoegd gezag aan de dienstreiziger in verband met dienstverrichting opgedragen noodzakelijke reis en het daarmee samenhangende verblijf;
een plaats van tewerkstelling: een gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig, of een andere door het bevoegd gezag aan te wijzen plaats, waar of van waaruit de dienstreiziger gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht;
openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per trein, metro, tram, bus, auto, pont, (veer)boot of vliegtuig volgens een dienstregeling, dan wel met de treintaxi;
van overheidswege:
vanwege of voor rekening van het rijk of van een ander Nederlands publiekrechtelijk of semi-publiekrechtelijk lichaam; en
vanwege een met overheidsmiddelen gesubsidieerde instelling;
dienstvervoer: vervoer dat van overheidswege of vanwege een buitenlandse mogendheid, een buitenlandse krijgsmacht of een internationale organisatie ter beschikking is gesteld.
Werkt terug tot en met 1 juni 2001.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepaling
Onderdeel van Besluit dienstreizen defensie· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 7 november 2001