Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 28

Artikel 28

Onderdeel van Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag· Openbare orde en veiligheidsrecht

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan, indien bij nader onderzoek blijkt dat een internering ten onrechte heeft plaatsgevonden, op verzoek van een gewezen geïnterneerde of diens erfgenamen naar billijkheid een geldelijke tegemoetkoming toekennen voor de schade die de gewezen geïnterneerde als onmiddellijk gevolg van de internering heeft geleden. 2. Het daartoe strekkend verzoek wordt slechts in behandeling genomen, indien het is ingediend binnen drie maanden na de dag waarop de invrijheidstelling of het overlijden tijdens de internering heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel