Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 33

Artikel 33

Onderdeel van Oorlogswet voor Nederland· Staats- en bestuursrecht

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1. Het militair gezag is mede bevoegd de bijzondere last als bedoeld in de artikelen 139a, derde lid onder 3°, en 139b, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht te geven. 2. Het militair gezag is bevoegd van de wettelijke bepalingen omtrent het afluisteren, aftappen en opnemen van ander dan niet voor het publiek bestemd gespreksverkeer via telecommunicatienetwerken af te wijken, dan wel deze bij verordening voor zolang dat nodig is buiten werking te stellen en zelf ter zake een tijdelijke regeling te geven. 3. Zodra de militaire noodzaak is vervallen worden belanghebbenden van gebruik van de in het eerste en tweede lid gegeven bevoegdheden schriftelijk op de hoogte gesteld. De wijziging is in werking getreden op 15 december 1998 (Stb. 1998/664).

Rechtspraak bij dit artikel