Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Wetsvoorstel procesvereisten

Onderdeel van Huurbeleid· Wonen, onroerend goed, bouwrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 1996

Op 2 april heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel ’procesvereisten’ verworpen. Dit betekent dat deze vereisten op de huurverhogingen van en na 1 juli 1996 niet van toepassing zijn. De Landelijke Centrales van woningcorporaties, de Raad voor Onroerende Zaken en de Woonbond zijn evenwel van oordeel, dat regels en procedures voor het overleg tussen verhuurders en huurdersorganisaties nodig zijn. De Landelijke Centrales hebben hun leden gewezen op de wenselijkheid om bij huurverhoging overeenkomstig de procesvereisten te handelen. Hierover hebben zij hun leden voorgelicht. Verder heeft de Raad voor Onroerende Zaken zijn leden opgeroepen toepassing te geven aan de model-omgangscode die de Raad samen met de Woonbond voor de particuliere huursector heeft ontwikkeld. Overigens zijn voor de huurverhogingen vanaf 1 juli 1996 de bestaande vormvereisten voor de voorstellen tot wijziging van de huurprijs (de zogenaamde huuraanzegging) van zelfstandige woonruimte onder de huursombenadering ongewijzigd gebleven (artikel 19 Huurprijzenwet woonruimte (HPW)). Dit betekent onder meer dat verhuurders bij een huuraanzegging van meer dan 5,5 % gebruik moeten maken van het voorgeschreven huurverhogingsformulier (model 2.2340.2500.4) en deze huurverhoging dienen toe te lichten aan de hand van de woningwaardering (model 2.2340.2500.5) dan wel een naar inhoud en indeling overeenkomend formulier. Overigens kunnen verhuurders die het oude formulierensetje nog in voorraad hebben, eerst deze formulieren opmaken alvorens de huidige formulieren te gebruiken.

Rechtspraak bij dit artikel