Naar hoofdinhoud

Artikel A

Salarisverhoging per 1 oktober 1996

Onderdeel van Algemene salarisverhoging sector Rijk per 1 oktober 1996· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1996

In verband met de salarisverhoging van 0,75% komen de (schaal-)salarisbedragen voor volwassenen per 1 oktober 1996 te luiden zoals aangegeven in de bij deze circulaire als bijlage I gevoegde inpassingstabel. De als bijlage II bijgevoegde inpassingstabel vermeldt de zogenaamde ’tussen’-bedragen; dit zijn in het verleden gegarandeerde salarisbedragen die niet meer voorkomen in de bijlagen van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA 1984), maar waarvan het niet is uitgesloten dat die binnen de sector Rijk nog worden gehanteerd. De nieuwe salarisbedragen voor de jeugdigen (de zgn. ’J’-bedragen), voorkomende in de bijlage B van het BBRA 1984, zijn vermeld in de inpassingstabel die als bijlage III bij deze circulaire is gevoegd. Als bijlage IV is een overzicht van de schalen van het BBRA 1984 per 1 oktober 1996 bijgevoegd. Toelagen, toegekend met toepassing van het BBRA 1984 en toelagen welke krachtens een BBRA-overgangsregeling nog van toepassing zijn, dienen in het algemeen in verband met de algemene salarisverhoging te worden verhoogd met ingang van 1 oktober 1996. Veelal vindt dit automatisch plaats, bijvoorbeeld voor toelagen die zijn uitgedrukt in een percentage van het salaris van de ambtenaar of die overeenkomen met één of meer periodieke salarisverhogingen in de salarisreeks. Hiervoor kan onder meer worden gedacht aan de toelage onregelmatige dienst (artikel 17, tweede lid, BBRA 1984) en aan de functioneringstoelage (artikel 12b BBRA 1984). Indien zo’n automatische aanpassing niet plaatsvindt, dient – behoudens het gestelde in de laatste alinea van dit punt – met ingang van 1 oktober 1996 een verhoging te worden toegepast van 0,75%. Dit geldt bijvoorbeeld voor de vaste toelage onregelmatige dienst (artikel 17, vierde lid, BBRA 1984). Tenslotte zijn er toelagen die geen aanpassing behoren te ondergaan, bijvoorbeeld op grond van hun aard, op grond van de desbetreffende toekenningsbeschikking, of anderszins naar uw oordeel. Deze toelagen blijven dus ongewijzigd. De herziening van bijzondere regelingen, getroffen met toepassing van artikel 26 van het BBRA 1984, dient – zo nodig in overleg met de afdeling Arbeidsvoorwaarden en Sociaal Beleid (PMR/ASB) van mijn ministerie – van geval tot geval te worden beoordeeld. Ingeval tot bijstelling wordt overgegaan, dient een afschrift daarvan ter informatie te worden gezonden aan genoemde afdeling. De ingevolge artikel 13, derde lid, van de Overgangsregeling BBRA 1984 gehandhaafde EHBO-toelage wordt per 1 oktober 1996 gewijzigd van f 16,01 in f 16,13 per maand. De uurvergoeding bedrijfshulpverlening wordt met ingang van 1 oktober 1996 gewijzigd van f 25,91 in f 26,11. In verband met de algemene salarisverhoging wordt het minimumbedrag van de vakantie-uitkering per 1 oktober 1996 verhoogd van f 239,28 tot f 241,08 per maand. Ik verzoek u vooruitlopend op de formele wijziging van het BBRA 1984 in verband met genoemde salarismaatregel, met ingang van de salarisbetaling van oktober 1996 rekening te houden met het voorgaande.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel