Ingeval een verzoek of aangifte is gedaan met het oog op doorhaling van de teboekstelling van een luchtvaartuig, geeft de bewaarder, behalve in een geval als bedoeld in artikel 1304, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, hieraan slechts gevolg, indien geen inschrijvingen of voorlopige aantekeningen ten gunste van derden betreffende het luchtvaartuig bestaan of, indien zodanige inschrijvingen of voorlopige aantekeningen wel bestaan, geen dezer derden zich tegen doorhaling verzet.
Hoofdstuk 2
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Maatregel te boek gestelde luchtvaartuigen 1996· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 24 november 2006