Naar hoofdinhoud

Artikel C

Overige mededelingen

Onderdeel van Wijziging financiële arbeidsvoorwaarden sector Rijk per 1 januari 1997· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 23 december 1996

Volledigheidshalve herinner ik u eraan dat over 1997 de maandelijkse opbouw van de aanspraak op de eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel 20a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 0,3% van het salaris bedraagt. Het maximale spaarbedrag over 1997 bedraagt f 1.638,00 (was f 1.615,00). De bedragen van het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon die van belang zijn voor de bepaling van de garantietoelage, bedoeld in artikel 16 van het BBRA 1984, luiden ingaande 1 januari 1997 als volgt (zie ook Staatscourant van 29 oktober 1996, nr. 209): Leeftijd Bedrag per maand 23 jaar of ouder f 2.220,40 22 jaar f 1.887,30 21 jaar f 1.609,80 20 jaar f 1.365,50 19 jaar f 1.165,70 18 jaar f 1.010,30 17 jaar f 877,10 16 jaar f 766,00 15 jaar f 666,10 De koffie- en theeprijzen die worden berekend aan rijkspersoneel zijn laatstelijk in 1983 in de ministerraad vastgesteld. De prijzen zijn toen bekendgemaakt in de circulaire van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken gericht aan de ministers van 8 december 1983, nr. AA83/U2291. Deze circulaire wordt ingetrokken. Mede gelet op de integrale apparaatskostenbudgetten is een nieuwe centrale vaststelling van deze prijzen niet meer gewenst. De vaststelling van de koffie- en theeprijzen wordt hiermee een zaak van het departement.

Rechtspraak bij dit artikel