**1.** Iedere werknemer die wordt of kan worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen waarvoor een biologische grenswaarde is vastgesteld, wordt in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan:
vóór de aanvang van de blootstelling;
bij het overschrijden van de biologische grenswaarde;
in bij ministeriële regeling bepaalde gevallen.
**2.** Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, omvat onder meer een onderzoek naar het gehalte van de betreffende stof in het bij de biologische grenswaarde vastgestelde biologische medium.
**3.** Indien bij een werknemer een overschrijding van de biologische grenswaarde wordt vastgesteld, worden werknemers, die op soortgelijke wijze zijn blootgesteld, tussentijds in de gelegenheid gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
**4.** De volgende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing:
artikel 4.10a, derde lid;
artikel 4.10a, vierde lid;
artikel 4.10a, vijfde lid.
**5.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, in de in deze regeling bepaalde gevallen wordt vervangen door een meting van andere biologische indicatoren.
**6.** Bij ministeriële regeling worden de methoden vastgesteld, volgens welke het gehalte van de desbetreffende stof, bedoeld in het tweede lid, wordt gemeten.
**7.** Bij ministeriële regeling wordt de frequentie van het onderzoek vastgesteld.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 1 › § 5
Artikel 4.10b
Onderzoek en biologische grenswaarden
Onderdeel van Arbeidsomstandighedenbesluit· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 9 april 2026