Bij de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de wet legt de bedrijfarts, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, van het besluit of de arbodienst vast:
op welke wijze de aanstellingskeuring wordt uitgevoerd en welke procedures daarbij worden gevolgd;
op welke wijze wordt omgegaan met de gegevens die uit het onderzoek in het kader van de aanstellingskeuring voortvloeien;
op welke wijze de persoonlijke levenssfeer van individuen wordt gewaarborgd.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XII van de Verzamelwet
SZW-wetgeving 2008 (Stb. 2007/551) in werking treedt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.4
Aanstellingskeuring
Onderdeel van Arbeidsomstandighedenregeling· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2008