**1.** Artikel 4.8, tweede lid, van het besluit is niet van toepassing op arbeid waarbij wordt gewerkt met munitie van de categorieën II of III als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet wapens en munitie, voor zover het gaat om arbeid verricht door anderen dan defensiepersoneel.
**2.** Artikel 4.8, tweede lid, van het besluit is voorts niet van toepassing op de volgende personen, voor zover zij over voldoende kennis, ervaring en vaardigheden beschikken om de genoemde werkzaamheden veilig uit te voeren:
politiemedewerkers werkzaam bij de Dienst Speciale Interventies die bij de uitvoering van hun taken explosieven gebruiken;
politiemedewerkers die optreden als begeleider of trainer van politiespeurhonden als bedoeld in artikel 23, onder c, van het Besluit bewapening en uitrusting politie, wanneer zij politiespeurhonden trainen in het herkennen van explosieve stoffen;
medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut die onderzoek verrichten aan kleine hoeveelheden explosieven die reeds onschadelijk zijn gemaakt.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.16a
Uitzonderingen registratieplicht bij arbeid met explosieve stoffen
Onderdeel van Arbeidsomstandighedenregeling· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2025