Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4a

Artikel 4.20b

Controle van lood in het bloed

Onderdeel van Arbeidsomstandighedenregeling· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 9 april 2026

1. In het kader van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2 van het besluit, worden de werknemers ten minste tweemaal per jaar in de gelegenheid gesteld tot het meten van het loodgehalte in het bloed. 2. De frequentie van het meten van het loodgehalte in bloed kan worden teruggebracht tot eenmaal per jaar, indien het loodgehalte van geen enkele werknemer meer bedraagt dan 21 µg Pb/100 ml bloed en uit de twee opeenvolgende voorafgaande metingen is gebleken dat de concentratie van lood in de lucht minder bedraagt dan 20 µg/m3 lucht. 3. Het loodgehalte in het bloed als bedoeld in artikel 4.10b, tweede lid, van het besluit wordt gemeten met behulp van de atomaire absorptiespectrometrie of een andere gelijkwaardige methode. 4. De resultaten van de meting, bedoeld in het eerste lid, worden getoetst aan de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.20a1. De toetsing vindt plaats volgens een voor dat doel geschikte genormaliseerde methode. Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel