**1.** De mondelinge mededeling vindt plaats tussen een spreker of zender en een of meer toehoorders, en wel in de vorm van korte teksten, woordgroepen of afzonderlijke woorden, eventueel gecodeerd.
**2.** De mondelinge boodschappen zijn zo kort, eenvoudig en duidelijk mogelijk.
**3.** De taalvaardigheid van de spreker en het gehoorvermogen van de toehoorder zijn voldoende om een ondubbelzinnige communicatie tot stand te brengen.
**4.** De mondelinge mededeling is direct door middel van gebruik van de menselijke stem of indirect door middel van de menselijke stem of spraaksynthese, verspreid door een middel ad hoc.
**5.** Indien de mondelinge mededeling wordt gebruikt in plaats van of ter aanvulling van hand- of armseinen en er geen codes worden gebruikt, worden met name de volgende woorden gebruikt:
start, om het begin van een commando aan te duiden;
stop, om een beweging te onderbreken of te beëindigen;
einde, om de werkzaamheden stop te zetten;
hijsen, om een last te doen hijsen;
vieren, om een last te doen vieren;
vooruit, achteruit, naar rechts, naar links, in combinatie met het juiste hand- of armsein, om een beweging in een bepaalde richting te doen plaatsvinden;
gevaar, om een noodstop af te dwingen;
snel, om een beweging te versnellen.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.20
Algemene vereisten inzake de mondelinge mededeling
Onderdeel van Arbeidsomstandighedenregeling· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007