**1.** Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, artikel 19, eerste lid, in werking worden gesteld.
**2.** Wanneer het besluit, bedoeld in het eerste lid, is genomen wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden omtrent het voortduren van de werking van artikel 19, eerste lid.
**3.** Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan wordt bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, artikel 19, eerste lid, onverwijld buiten werking gesteld.
**4.** Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, kan artikel 19, eerste lid, buiten werking worden gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
**5.** Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.
**6.** Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 5
Artikel 20
Procedure oproeping in buitengewone omstandigheden
Onderdeel van Kaderwet dienstplicht· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1997