Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1

Artikel 26

Diensteindiging

Onderdeel van Kaderwet dienstplicht· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 1997

De uit deze wet voortvloeiende verplichtingen zijn niet langer van toepassing voor zover de dienstplichtige in werkelijke dienst blijkt voorgoed ongeschikt te zijn; van de dienst wordt uitgesloten; door herhaald wangedrag blijkt ongevoelig te zijn voor bestraffing ingevolge de Wet militair tuchtrecht en deswege niet in de dienst kan worden gehandhaafd; of blijkens een verdrag niet tot dienstplicht is verplicht; zodra de dienstplichtige in werkelijke dienst het Nederlanderschap verliest; of een tegen hem gewezen rechterlijke uitspraak waarbij de bijkomende straf van ontzetting uit het recht om bij de gewapende macht te dienen is opgelegd zonder dat daarbij is bepaald dat deze straf geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd, in kracht van gewijsde is gegaan.

Rechtspraak bij dit artikel