**1.** De vakantie-uitkering bedraagt acht procent van het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarop recht bestond in het tijdvak van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei.
**2.** Indien artikel 16a, 21, zevende lid, 58, 59 of 59a is toegepast, wordt onder het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in het eerste lid, verstaan het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, nadat dat artikel toepassing heeft gevonden.
**3.** Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, wordt gewijzigd, treedt dit gewijzigde percentage in de plaats van het in het eerste lid genoemde percentage. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop recht bestaat over het tijdvak aanvangende met de dag waarop de wijziging ingaat.
**4.** De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 1 › § 3
Artikel 26
Hoogte van de vakantie-uitkering
Onderdeel van Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017