Indien een verzekerde van 45 jaar of ouder die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die als verzekerde bedoeld in artikel 3, eerste lid, winst of inkomsten gaat genieten in verband waarmee zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt beëindigd, wordt, indien hij binnen vijf jaar na de datum van aanvang van zijn werkzaamheden opnieuw recht heeft op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, de grondslag van die uitkering niet lager gesteld dan de grondslag die voor de berekening van de laatstelijk ontvangen arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking werd genomen, zoals die sinds de beëindiging van de uitkering op grond van artikel 8 zou zijn herzien.
Artikel 3 werkt terug tot en met 1 juli 1998. Artikel 8,
zestiende lid, 29 en 59 werken terug tot en met 1 januari 1998.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 1 › § 4
Artikel 29
Garantie voor oudere arbeidsongeschikten
Onderdeel van Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 31 december 1998