Indien de jonggehandicapte, die een inkomensvoorziening op grond van dit hoofdstuk ontvangt en die slechts in staat is om met arbeid minder dan 20% te verdienen van het maatmaninkomen, verkeert in een blijvende of voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid welke geregeld oppassing en verzorging nodig maakt, wordt de inkomensvoorziening voor de duur van die hulpbehoevendheid verhoogd door vermenigvuldiging met ten hoogste de factor 100/75. De eerste zin vindt geen toepassing, indien de jonggehandicapte in een inrichting is opgenomen en de kosten van verblijf ten laste van een zorgverzekering of een verzekering inzake ziektekosten komen.
Tekstplaatsing met vernummering. Voorheen art. 5.8.5.
De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van aankondiging van de tekstplaatsing.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8 › § 2
Artikel 2:51
Verhoging bij hulpbehoevendheid
Onderdeel van Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2010