1. 1. De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per dag:
    • - a. voor een jonggehandicapte die werkt met loondispensatie als bedoeld in artikel 3:63: (0,7 * G) – (0,7 * compensatiefactor * I); en
    • - b. voor andere jonggehandicapten: 0,7 * (G – I).
  2. 2. De compensatiefactor bedraagt: (LW – 0,3) / (0,7 x LW).
  3. 3. Voor zover dit leidt tot een hoger bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, bedraagt de arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a: (I/LW) – I.
  4. 4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, en het derde lid bedraagt de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, per dag, bij een inkomen per dag dat naast een gedispenseerd loon tevens is opgebouwd uit andere inkomensbestanddelen:
    • - a. (0,7 * G) – (0,7 * ((CF * Ia) + Io)); of
    • - b. ((Ia/LW) + Io)–I, voor zover dit leidt tot een hoger bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag.
  5. 5. In het eerste tot en met het vierde lid staat:
    • - a. G voor grondslag;
    • - b. I voor het inkomen per dag;
    • - c. LW voor de verminderde arbeidsprestatie, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, uitgedrukt in een percentage;
    • - d. Ia voor de gedispenseerde inkomensbestanddelen per dag;
    • - e. Io voor het overige niet gedispenseerde inkomensbestanddeel per dag, waarbij Io = I-Ia; en
    • - f. CF voor de compensatiefactor, vastgesteld op basis van LW.