Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 2 › § 1

Artikel 3:8

Hoogte arbeidsongeschiktheidsuitkering

Onderdeel van Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022

1. De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per dag: voor een jonggehandicapte die werkt met loondispensatie als bedoeld in artikel 3:63: (0,7 * G) – (0,7 * compensatiefactor * I); en voor andere jonggehandicapten: 0,7 * (G – I). 2. De compensatiefactor bedraagt: (LW – 0,3) / (0,7 x LW). 3. Voor zover dit leidt tot een hoger bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, bedraagt de arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a: (I/LW) – I. 4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, en het derde lid bedraagt de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, per dag, bij een inkomen per dag dat naast een gedispenseerd loon tevens is opgebouwd uit andere inkomensbestanddelen: (0,7 * G) – (0,7 * ((CF * Ia) + Io)); of ((Ia/LW) + Io)–I, voor zover dit leidt tot een hoger bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag. 5. In het eerste tot en met het vierde lid staat: G voor grondslag; I voor het inkomen per dag; LW voor de verminderde arbeidsprestatie, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, uitgedrukt in een percentage; Ia voor de gedispenseerde inkomensbestanddelen per dag; Io voor het overige niet gedispenseerde inkomensbestanddeel per dag, waarbij Io = I-Ia; en CF voor de compensatiefactor, vastgesteld op basis van LW.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel