**1.** De hoogte van de huurtoeslag wordt als volgt bepaald:
het deel van de rekenhuur boven de basishuur tot aan de kwaliteitskortingsgrens wordt voor 100 procent gesubsidieerd;
het deel van de rekenhuur boven de kwaliteitskortingsgrens tot aan de aftoppingsgrens wordt voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage gesubsidieerd;
het deel van de rekenhuur boven de aftoppingsgrens wordt voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage gesubsidieerd;
het deel van de rekenhuur boven de maximale huurgrens wordt niet gesubsidieerd.
**2.** Voor elk rekeninkomen boven het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, wordt, per type huishouden als bedoeld in artikel 2, de overeenkomstig het eerste lid bepaalde hoogte van de huurtoeslag, verlaagd met de uitkomst van de formule:
Y x (afbouwpercentage/12) in welke formule voorstelt:
Y: het rekeninkomen verminderd met het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17;
afbouwpercentage:
27% voor eenpersoonshuishoudens, of
22% voor meerpersoonshuishoudens.
Hoofdstuk 3 › § 3
Artikel 21
Artikel 21
Onderdeel van Wet op de huurtoeslag· Wonen, onroerend goed, bouwrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026