Naar hoofdinhoud

Artikel I

Wijziging van de salarissen en van de eindejaarsuitkering (onderdeel 2 van de overeenkomst)

Onderdeel van Arbeidsvoorwaarden en andere personeelsaangelegenheden in de sector Rijk 1997-1999· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 30 mei 1997

Met terugwerkende kracht tot en met 1 mei 1997 worden de salarissen van het personeel van de sector Rijk structureel verhoogd met 2,8%. Per 1 juli 1998 worden de salarissen met 2,4% structureel verhoogd. Op de salarisverhoging per 1 mei 1997 wordt hierna ingegaan. Met betrekking tot de structurele salarisverhoging per 1 juli 1998 zal ik u op een later tijdstip nader informeren. In verband met de salarisverhoging van 2,8% komen de salarisbedragen voor volwassenen per 1 mei 1997 te luiden zoals aangegeven in de bij deze circulaire als bijlage 2 gevoegde inpassingstabel. De als bijlage 3 bijgevoegde inpassingstabel vermeldt de zogenaamde ’tussen’-bedragen. Dit zijn in het verleden gegarandeerde salarisbedragen die niet meer voorkomen in de bijlagen van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA 1984), maar die binnen de sector Rijk nog sporadisch worden gehanteerd. De nieuwe salarisbedragen voor jeugdigen (de zogenaamde ’J’-bedragen), voorkomende in bijlage B van het BBRA 1984, zijn vermeld in de inpassingstabel die als bijlage 4 bij deze circulaire is gevoegd. Als bijlage 5 is bijgevoegd een overzicht van de schalen van het BBRA 1984 per 1 mei 1997. Toelagen die zijn toegekend met toepassing van het BBRA 1984 en toelagen die krachtens een BBRA-overgangsregeling nog van toepassing zijn, dienen in het algemeen in verband met de algemene salarisverhoging te worden verhoogd met ingang van 1 mei 1997. Veelal vindt dit automatisch plaats, bijvoorbeeld voor toelagen die zijn uitgedrukt in een percentage van het salaris van de ambtenaar of die overeenkomen met één of meer periodieke salarisverhogingen in de salarisreeks. Hiervoor kan onder meer worden gedacht aan de toelage onregelmatige dienst (artikel 17, tweede lid, BBRA 1984). Indien zo’n automatische aanpassing niet plaatsvindt, dient – behalve in gevallen als bedoeld in de laatste alinea van dit punt – met ingang van 1 mei 1997 een verhoging te worden toegepast van 2,8%. Dit geldt bijvoorbeeld voor de vaste toelage onregelmatige dienst (artikel 17, vierde lid, BBRA 1984). Tenslotte zijn er toelagen die geen aanpassing behoren te ondergaan, bijvoorbeeld op grond van hun aard of op grond van de desbetreffende toekenningsbeschikking. Deze toelagen blijven dus ongewijzigd. De herziening van bijzondere regelingen die zijn getroffen met toepassing van artikel 26 BBRA 1984, dient van geval tot geval te worden beoordeeld, zo nodig in overleg met de afdeling Arbeidsvoorwaarden en Sociaal Beleid van mijn ministerie. Indien tot bijstelling wordt overgegaan, dient een afschrift daarvan ter informatie te worden gezonden aan genoemde afdeling. In verband met de algemene salarisverhoging wordt de ingevolge artikel 13, derde lid, van de Overgangsregeling BBRA 1984 gehandhaafde EHBO-toelage per 1 mei 1997 verhoogd van f 16,13 tot f 16,58 per maand. In verband met de algemene salarisverhoging wordt het minimumbedrag van de vakantie-uitkering per 1 mei 1997 verhoogd van f 241,08 tot f 247,83 per maand Ik verzoek u vooruitlopend op de formele wijziging van het BBRA 1984 in verband met genoemde salarismaatregel, met ingang van de salaris-betaling van mei 1997 rekening te houden met het voorgaande. De eindejaarsuitkering voor het jaar 1997 èn die voor het jaar 1998 worden eenmalig verhoogd met 0,5 procentpunt. De verhoging voor 1997 werkt terug tot en met 1 januari 1997. Voor zowel 1997 als 1998 geldt dus een eindejaarsuitkering van 0,8%. Met ingang van 1 januari 1999 zal de eindejaarsuitkering weer gelijk zijn aan het huidige niveau, te weten 0,3%. De verhoging van de eindejaarsuitkering met 0,5% werkt in verband met de terugwerkende kracht tot en met 1 januari 1997 ook door in de berekeningsgrondslag voor het wachtgeld (Rijkswachtgeldbesluit 1959) of overeenkomstige uitkeringen van ambtenaren die op of na 2 januari 1997 met wachtgeld of met een overeenkomstige uitkering zijn gegaan. Indien in de periode januari 1997 tot en met december 1998 in de berekeningsbasis van het wachtgeld of uitkering als eindejaarsuitkering 0,8% is opgenomen, blijft voor betrokkenen ook na 1998 in de berekeningsbasis de eindejaarsuitkering op 0,8% gehandhaafd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel