Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV › § 2

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Besluit diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, orthoptist en podotherapeut· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2011

1. Het aspect diagnostiek en behandeling is zo ingericht dat betrokkene in staat is om in het kader van diagnostiek en behandeling, volgens de vigerende beroeps- en gezondheidszorgstandaarden, op methodische wijze de volgende interventies voor te bereiden, uit te voeren, te evalueren, bij te stellen en af te ronden: het in het kader van het logopedische onderzoek bij de patiënt afnemen van een anamnese; het stellen van een logopedische diagnose; het opstellen, uitvoeren en evalueren van een behandelplan; het inventariseren van een scholings- of adviesvraag van een patiënt ten aanzien van communicatie of voorwaarden daartoe en het opstellen van een plan voor training of advies; het geven aan een patiënt van training of scholing gericht op communicatie of voorwaarden daartoe; het adviseren van een patiënt ten aanzien van communicatie of voorwaarden daartoe en het ondersteunen bij de uitvoering van deze adviezen; het coördineren van activiteiten rondom de patiënt. 2. Het aspect communicatie en samenwerking is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: effectief te communiceren met de patiënt en, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, met diens naaste betrekkingen; in het kader van formele relaties, intern en extern te communiceren met diverse beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg of instanties in de gezondheidszorg; een functionele samenwerkingsrelatie met de patiënt en diens naaste betrekkingen aan te gaan, te onderhouden en af te ronden; met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg in en buiten de organisatie professioneel samen te werken. 3. Het aspect preventie en gezondheidsvoorlichting is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: gezondheidsproblemen en risicofactoren vroegtijdig op te sporen door middel van screening van risicogroepen en deze te analyseren; vroegtijdig en proactief een preventieplan op te stellen en dit uit te voeren; methodisch preventieve voorlichting te geven. 4. Het aspect kwaliteitszorg en innovatie is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: de eigen zorg- en dienstverlening op effectiviteit en efficiëntie te analyseren, daaraan conclusies te verbinden en deze zo nodig planmatig te verbeteren; aan de patiënt verantwoording af te leggen over effectiviteit en efficiëntie van het eigen professionele handelen; een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening binnen de organisatie en in dat kader de zorg- en dienstverlening op effectiviteit en efficiëntie te analyseren en daaraan conclusies te verbinden; algemeen maatschappelijke en beroepsspecifieke innovaties te integreren in het eigen professionele handelen. 5. Het aspect praktijk- en bedrijfsvoering is zo ingericht dat betrokkene in staat is om: vanuit een zorgperspectief een bijdrage te leveren aan het zorgbeleid, de praktijkvoering en het beheer van de afdeling dan wel organisatie; al dan niet met anderen tot een effectieve en efficiënte praktijk- en bedrijfsvoering te komen; effectief leergedrag bij stagiaires en nieuwe collega’s te stimuleren, zodat beginnende logopedisten op professionele wijze bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de organisatie; middelen en materialen te beheren, zodat de dienstverlening aan de patiënt vanuit de organisatie effectief en efficiënt verloopt; nieuw beleid te volgen en te initiëren zodat de dienstverlening in de toekomst gewaarborgd wordt. 6. Het aspect beroepsontwikkeling is zo ingericht, dat betrokkene in staat is om: het beroep uit te oefenen overeenkomstig de geldende professionele richtlijnen, de stand van de wetenschap en de geldende waarden en opvattingen die patiëntengroepen hebben ten aanzien van logopedische zorg; ethische vraagstukken die zich voordoen bij de logopedische handelingen te onderkennen en hanteren; te handelen vanuit een juist begrip van wettelijke regelingen en andere regelingen betreffende de logopedische beroepsuitoefening; te handelen vanuit een juist inzicht in de epidemiologie en de behoefte aan logopedische zorg van de bevolking als geheel en de daartoe te hanteren verzorgingsmogelijkheden, zowel collectief als individueel; prioriteiten te stellen voor het verlenen van logopedische zorg in overeenstemming met de beschikbare middelen, de behandelingsnoodzaak en de eigen vraag naar zorg van de patiënt; te handelen vanuit een juist inzicht in de structuur en financiering van de gezondheidszorg gericht op de logopedische zorg; op een wetenschappelijke en effectieve manier informatie te verwerven, te verwerken en toe te passen in het beroepsmatige handelen; te reflecteren op het eigen beroepsmatige handelen en dit op basis hiervan verder te ontwikkelen; de eigen professionaliteit voortdurend te ontwikkelen op basis van nieuwe situaties in de samenleving of het beroepsdomein; anderen te begeleiden in hun beroepsontwikkeling; bij te dragen aan de ontwikkeling van de professie.

Rechtspraak bij dit artikel