**1.** Het aspect diagnostiek en behandeling is zo ingericht dat betrokkene in staat is om in het kader van diagnostiek en behandeling, volgens de vigerende beroeps- en gezondheidszorgstandaarden, op methodische wijze de volgende interventies voor te bereiden, uit te voeren, te evalueren, bij te stellen en af te ronden:
het podotherapeutische onderzoek en diagnose;
het opstellen van een behandelplan;
het uitvoeren en evalueren van de behandeling;
het volgens de geldende paramedische standaarden coachen van een patiënt voor, tijdens en na de behandeling;
het voeren en beheren van een praktijk en de patiëntenadministratie;
het met behulp van ICT vastleggen van de zorg;
het met andere zorgverleners waarborgen van effectieve en efficiënte zorg;
het in medische noodsituaties zodanig handelen dat de patiënt in een stabiele toestand komt en kan blijven totdat adequate hulp beschikbaar is.
**2.** Het aspect communicatie en samenwerking is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:
effectief te communiceren met de patiënten, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, met zijn naaste betrekkingen;
in het kader van formele relaties, intern en extern te communiceren met diverse beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg of instanties in de gezondheidszorg;
een functionele samenwerkingsrelatie met de patiënt aan te gaan, te onderhouden en af te ronden;
met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg in en buiten de organisatie professioneel samen te werken.
**3.** Het aspect preventie en gezondheidsvoorlichting is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:
in het kader van preventie voorlichting te geven aan de patiënt met gezondheidsbevordering als doel;
in het kader van therapietrouw en gedragsverandering de patiënt tijdens de behandeling op methodische wijze voor te lichten.
**4.** Het aspect kwaliteitszorg en innovatie is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:
de eigen zorg- en dienstverlening op effectiviteit en efficiëntie te analyseren, daaraan conclusies te verbinden en deze zo nodig planmatig te verbeteren;
aan de patiënt verantwoording af te leggen over effectiviteit en efficiëntie van het eigen professionele handelen;
een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening binnen de organisatie en in dat kader de zorg- en dienstverlening op effectiviteit en efficiëntie te analyseren en daaraan conclusies te verbinden.
**5.** Het aspect praktijk- en bedrijfsvoering is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:
vanuit een zorgperspectief een bijdrage te leveren aan het zorgbeleid, de praktijkvoering en het beheer van de afdeling dan wel organisatie;
al dan niet met anderen tot effectieve, efficiënte en hygiënische praktijk- en bedrijfsvoering te komen met behulp van ICT.
**6.** Het aspect beroepsontwikkeling is zo ingericht, dat betrokkene in staat is om:
het beroep uit te oefenen overeenkomstig de geldende professionele richtlijnen en de stand van de wetenschap;
ethische vraagstukken die zich voordoen bij de podotherapeutische handelingen te onderkennen en hanteren;
te handelen vanuit een juist begrip van wettelijke regelingen en andere regelingen betreffende de podotherapeutische beroepsuitoefening;
te handelen vanuit een juist inzicht in de epidemiologie en de behoefte aan podotherapeutische zorg van de bevolking als geheel en de daartoe te hanteren verzorgingsmogelijkheden, zowel collectief als individueel;
prioriteiten te stellen voor te verlenen podotherapeutische zorg in overeenstemming met de beschikbare middelen, de behandelingsnoodzaak en de eigen vraag naar zorg van de patiënt;
te handelen vanuit een juist inzicht in de structuur en financiering van de gezondheidszorg gericht op de podotherapeutische zorg;
op een wetenschappelijke en effectieve manier informatie te verwerven, te verwerken en toe te passen in het beroepsmatige handelen;
te reflecteren op het eigen beroepsmatige handelen en dit op basis hiervan verder te ontwikkelen;
de eigen professionaliteit voortdurend te ontwikkelen op basis van nieuwe situaties in de samenleving of het beroepsdomein.
HOOFDSTUK VIII › § 2
Artikel 28
Artikel 28
Onderdeel van Besluit diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, orthoptist en podotherapeut· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2011