Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Werkgeverschap en detachering

Onderdeel van Gewijzigde Richtlijn toepassing detacheringsverbod per 1 juli 1997 in de Regeling extra werkgelegenheid voor langdurigwerklozen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 19 december 1997

Voor de beoordeling of sprake is van ongeoorloofde detachering of niet, is het van belang twee aspecten van het werkgeverschap van elkaar te onderscheiden: het formele werkgeverschap en het materiële werkgeverschap. Twee typen situaties doen zich voor. Formeel en materieel werkgeverschap vallen volledig samen, zoals in normale arbeidsverhoudingen te doen gebruikelijk is en zo ook in het kader van de onderhavige regeling. Dat betekent dat de werkgever binnen zijn organisatie arbeid laat verrichten door werknemers met wie hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten. Hij is als werkgever zelf verantwoordelijk voor de loonbetaling van de werknemer, de dagelijkse leiding over de werkzaamheden en het toezicht daarop. Daarnaast kan een situatie voorkomen waarbij uitsluitend sprake is van ’materieel werkgeverschap’. Hierbij laat een werkgever arbeid verrichten door werknemers die een arbeidsovereenkomst hebben met een derde. Hijzelf verzorgt echter de dagelijkse leiding en de controle op de werkzaamheden van deze werknemers. Op grond van het detacheringsverbod in de Regeling extra werkgelegenheid langdurig werklozen is het niet toegestaan werknemers ter beschikking te stellen of uit te lenen aan een andere werkgever, die materieel het werkgeverschap vervult. Het detacheringsverbod sluit niet uit dat de werknemers bij of voor een andere organisatie werkzaamheden uitvoeren, mits de formele werkgever maar de leiding over, het toezicht op en de controle over de werkzaamheden behoudt. De werknemer moet in die situatie nadrukkelijk zijn opdrachten alleen van zijn formele werkgever krijgen en is alleen aan deze formele werkgever verantwoording schuldig. Voorzover de afnemer aanwijzingen geeft voor de werkzaamheden geschiedt dat via de formele werkgever en niet rechtstreeks aan de werknemer. Op deze situatie zal hierna voor diverse werkzaamheden nog nader worden ingegaan. Het is evenmin toegestaan om een EWLW-werknemer werkzaamheden te laten verrichten die niet onder de directe leiding en toezicht van de werkgever staan bij wie de betreffende werknemer formeel in dienst is, maar structureel onder de leiding en het toezicht worden uitgevoerd van een persoon die in dienst is bij een andere werkgever (of een organisatie waar de werkzaamheden worden uitgevoerd).

Rechtspraak bij dit artikel