Naar hoofdinhoud

Artikel 5

De wijze waarop de Stichting Pensioenfonds Abp en de Stichting USZO de wachtgeldvutmaatregel en wachtgeldvutgarantie uitvoeren

Onderdeel van Uitvoering wachtgeldvutmaatregel en wachtgeldvutgarantie· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998

De uitvoering van de wachtgeldvutmaatregel en de wachtgeldvutgarantie zal – nu de VUT-regeling is vervangen door de FPU-regeling – als hiernavolgend omschreven ter hand worden genomen. Daarbij is het overigens van belang om te weten dat het bruto-netto traject van het wachtgeld verschilt van het bruto netto traject van de VUT-uitkering en de FPU-uitkering. Het bruto netto traject van de VUT-uitkering is vervolgens – op de inhouding van de pensioenpremie na – identiek aan het bruto netto traject van de FPU-uitkering. Ter informatie treft U hieronder een vergelijkend overzicht aan van de bruto netto trajecten van wachtgeld, FPU en VUT: Wachtgeld FPU VUT Bruto – inkomsten nevenwerkzaamheden 80, 75 of 70% Leiden tot korting van het wachtgeld indien deze tesamen met het wachtgeld bezoldiging overschrijden 75 of 70% Leiden tot korting op de basisuitkering tot ten hoogste 70% van de franchise 80 of 75% Leiden tot korting op de VUT-uitkering tot ten hoogste de gehele VUT-uitkering – premie OP/NP Bij ontslag vóór 1 april 1997 – Inhouding pensioenpremie (50%) Bij ontslag op of na 1 april 1997 – tot 62 jaar inhouding pensioenpremie. – tussen 62 en 65 geen inhouding pensioenpremie ja, (1/2 tot 62 jaar) ja, (1/2 tot 65 jaar) – premie FPU / Vut neen neen neen – premie Ipbw ja neen neen heffingsgrondslag ja ja ja sociale zekerheid – premie pseudo WW ja neen neen – premie pseudo WAO ja neen neen + overhevelingstoeslag ja ja ja Fiscaal loon ja ja ja – loonheffing ja ja ja Netto salaris ja ja ja Aangezien de VUT-regeling per 1 april 1997 is vervangen door de FPU-regeling zal de ambtenaar aan wie de wachtgeldvutmaatregel is toegezegd, bij het bereiken van de leeftijd van 61 jaar in de FPU-regeling kunnen instromen. Instroom in de FPU regeling is overigens voor hen verplicht bij het bereiken van de leeftijd van 61 jaar. Ambtenaren uit de categorie 3 blijven aanspraak maken op een wachtgelduitkering totdat de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. De Stichting USZO is met de uitvoering van de wachtgeldvutmaatregel en de wachtgeldvutgarantie belast zolang betrokken ambtenaren een wachtgelduitkering ontvangen. Voor de goede orde vermeld ik dat ambtenaren die behoren tot de categorie 2 geen aanvulling op het wachtgeld wordt toegekend. Voor ambtenaren die behoren tot de categorie 3 levert het wachtgeld ten opzicht van een VUT-uitkering de hiernavolgende – te compenseren – verschillen op: Onderwerp materieel verschillen wachtgeld t.o.v. VUT-regeling 1. bruto uitkering 80, 75 of 70% 80 of 75% 2. Anticumulatie neveninkomsten Korting van het wachtgeld indien de neveninkomsten tesamen met het wachtgeld de bezoldiging overschrijden Algehele korting op de VUT-uitkering tot ten hoogste de gehele VUT-uitkering 3. inhouding pensioenpremie Bij ontslag vóór 1 april 1997 – Inhouding pensioenpremie (50%) Bij ontslag op of na 1 april 1997 – tot 62 jaar inhouding pensioenpremie. – tussen 62 en 65 geen inhouding pensioenpremie Inhouding pensioenpremie (50%) 4. opbouw pensioenaanspraken Bij ontslag vóór 1 april 1997 Gehele periode is voor 50% voor pensioen geldig Bij ontslag op of na 1 april 1997 – tot 62 jaar telt de wachtgeldtijd voor de helft mee als pensioengeldige tijd – vanaf 62 jaar geen pensioen geldige tijd – Gehele periode is voor 50% voor pensioen geldig 5. netto uitkering inhouding pseudo premie geen inhouding pseudo premies 6. tegemoetkoming ziektekosten geen Tegemoetkoming in de ziektekosten op basis van BTZR Ten aanzien van de verschillen bedoeld onder 1 tot en met 6, zal de Stichting USZO het navolgende uitvoeren. Het bruto wachtgeld zal in ieder geval worden verhoogd tot het percentage dat overeenkomt met de toegezegde VUT-regeling. Dit laatste betekent dat indien het ontslag plaats heeft gevonden voor 1 mei 1993, het wachtgeld percentage op 80% wordt gesteld bij het bereiken van de leeftijd van 61 jaar. Indien het reorganisatie-ontslag plaatsvond op of na 1 mei 1993 zal het wachtgeld percentage worden gesteld op 75%. Om uitvoeringstechnische redenen zal het totale verhogingspercentage per 1 april 1997 collectief en periodiek worden vastgesteld. (Zie ook hierna). N.B. Bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is een aantal ambtenaren tot 1 januari 1995 gegarandeerd dat zij een VUT-uitkering tegen 80% ontvangen. Bij het ministerie van Financiën is in een aantal gevallen tot 1 januari 1994 gegarandeerd dat zij een VUT-uitkering tegen 80% ontvangen. Bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is in een aantal gevallen gegarandeerd dat zij ook na 1 april 1992 een VUT-uitkering tegen 80% ontvangen. De anticumulatieregeling zoals die voor de VUT-regeling gold zal worden toegepast. Een en ander houdt in dat alle neveninkomsten op de uitkering worden gekort tenzij de ambtenaar de inkomsten tenminste één jaar voor de datum van ingang van het ontslag of de non-activiteit genoot. Verwezen wordt naar artikel 7 van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden. Zoals hiervoor gesteld zal in het bruto netto traject rekening worden gehouden met in te houden pensioenpremie ten laste van de werknemer. Daarnaast zal de werkgever een zodanige pensioenpremie in rekening worden gebracht om de opbouw van de pensioentijd tijdens de wachtgeldperiode te garanderen. De totale pensioenpremie (werknemers- en werkgeversdeel) zal aan de Stichting Pensioenfonds ABP worden afgedragen. Het voorgaande betekent voor de ambtenaar dat hij in alle gevallen voor 50% van de tijd voor pensioen geldige tijd opbouwt alsof de VUT-regeling niet zou zijn vervangen door de FPU-regeling. Aangezien het bruto netto traject van wachtgeld verschilt van het bruto-netto traject van de VUT regeling, levert het gestelde onder 1 niet in alle gevallen een juist netto resultaat op. In die gevallen zal het bruto wachtgeld verder worden verhoogd totdat de netto wachtgeld uitkering overeenkomt met de netto VUT uitkering zoals die zou zijn toegekend indien de VUT-regeling niet zou zijn vervangen door de FPU-regeling. Om uitvoeringstechnische redenen zal het totale verhogingspercentage per 1 april 1997 collectief en periodiek worden vastgesteld. (Zie ook hierna). Ten aanzien van de uitvoering van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel is met de USZO afgesproken dat de ex werkgevers zorg dragen voor toezending van aanvraagformulieren inzake de tegemoetkoming in de ziektekosten. De ex werkgevers zullen tevens beoordelen in welke mate de ambtenaar daarop aanspraak kan maken. Middels een nader met de Stichting USZO af te spreken invoerformulier zal de ex werkgever aan de Stichting USZO dienen door te geven tot welk netto bedrag de aanspraak op de tegemoetkoming dient te worden uitbetaald. Het netto bedrag zal vervolgens door de Stichting USZO worden omgezet in een bruto te betalen uitkering. De verdere financiële afhandeling van de tegemoetkoming – uitbetaling en eventueel invorderen van teveel betaalde tegemoetkomingen – geschiedt door de Stichting USZO. Ex werkgevers kunnen er – in overleg met de betrokken wachtgelder – ook voor opteren om de tegemoetkoming in de ziektekosten af te kopen middels een bedrag ineens. De uitbetaling van het bedrag ineens zal alsdan dienen te zijn gegrond op artikel 69, eerste lid van het Algemeen rijksambtenarenreglement. Om de uitvoering van de wachtgeldvutgarantie mogelijk te maken, zal jaarlijks per 1 januari, alsmede op de momenten dat er sprake is van een algemene salarismaatregel, worden berekend tot welk percentage de wachtgelduitkering zou moeten worden verhoogd om de verschillen onder 1, 2 en 5 te kunnen opheffen. Daarbij wordt er voor gezorgd dat de betrokken ambtenaren tenminste een netto wachtgelduitkering ontvangen die overeenkomt met de netto VUT-uitkering die zij zouden hebben ontvangen indien zij aanspraak hadden kunnen maken op een VUT-uitkering. Het overzicht van dat percentage per salarisschaal dat met ingang van 1 april 1997 geldt, treft u als bijlage 1 (VUT 80%) en bijlage 2 (VUT 75%) aan. Het overzicht van dat percentage per salarisschaal dat met ingang van 1 januari 1998 geldt, treft u als bijlage 3 (VUT 80%) en bijlage 4 (VUT 75%) aan (wordt nagezonden). Voor de betrokken ambtenaar betekent het voorgaande dat met ingang van de dag waarop hij voldoet aan de VUT-voorwaarden (40 dienstjaren of 61 jaar en tevens 10 dienstjaren), het wachtgeldpercentage wordt gesteld op het percentage dat in de bijlage 1 (VUT 80%) of bijlage 2 (VUT 75%) is opgenomen bij de salarisschaal volgens welke de ambtenaar werd bezoldigd voor de datum van zijn ontslag. De bedoelde bijlagen zullen op 1 januari van het kalenderjaar en op de data waarop een algemene salarismaatregel ingaat, opnieuw worden vastgesteld. Zodra de betrokken ambtenaren uit de categorieën 1 en 2 ingevolge artikel 8.1 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, aanspraak heeft op een FPU-uitkering zal de aanspraak op een wachtgelduitkering worden beëindigd met ingang van de eerste dag van de maand daaropvolgende. Dit is het eerste tijdstip waarop de ambtenaar voldoet aan één van de navolgende voorwaarden: de eerste dag van de maand volgend op die waarin de ambtenaar de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt, mits hij voldoet aan de diensttijdeis van 10 jaar en zo hij daaraan nog niet voldoet het eerste moment waarop hij daaraan wel voldoet; het tijdstip waarop de ambtenaar voldoet aan de diensttijdeis van 40 jaar (voor 1 april 2000) of 41 jaar (voor 1 april 2003). Ten aanzien van betrokken ambtenaren worden de navolgende materiële verschillen tussen de FPU-uitkering en de VUT-uitkering gecompenseerd. Onderwerp materiële verschillen FPU-regeling t.o.v. VUT-regeling 1. berekeningsbasis Het salaris op 1 januari van het jaar voorafgaand aan de ingangsdatum van de FPU uitkering de laatst genoten bezoldiging 2. indexering – volgens het gewogen berekeningsbasis gemiddelde van de loonontwikkeling in de overheidssectoren – indexering tweemaal per jaar, te weten op 1 januari en op 1 juli de algemene salarismaatregelen in de sector Rijk worden gevolgd 3. bruto uitkering 75 of 70% 80 of 75% 4. anticumulatie inkomsten Leiden tot korting op de basisuitkering tot ten hoogste 70% van de franchise Leiden tot korting op de VUT- uitkering tot ten hoogste de gehele VUT-uitkering 5. inhouding pensioenpremie – tot 62 jaar inhouding pensioenpremie (1/2) – tussen 62 en 65 geen inhouding pensioenpremie gedurende gehele uitkeringsduur inhouding pensioenpremie 6. opbouw pensioenaanspraken – tot 62 jaar telt de wachtgeld tijd voor de helft mee als pensioengeldige tijd – vanaf 62 jaar geen pensioen geldige tijd gedurende gehele uitkerings- duur wordt de helft van de tijd als pensioen geldige tijd opgebouwd Ten aanzien van de verschillen bedoeld onder 1 tot en met 6, zal de Stichting ABP het navolgende uitvoeren. De FPU uitkering zal worden aangevuld met een aanvullende FPU-uitkering tot het bedrag waarop de ambtenaar aanspraak zou hebben gehad indien hij zou zijn ingestroomd in de VUT-regeling. Daarbij zal de laatst genoten bezoldiging als berekeningsbasis gelden voor de som van de FPU-uitkering en de aanvullende FPU-uitkering. Voorts wordt rekening gehouden met de indexeringssystematiek en de bruto-uitkering zoals hierna vermeld. De som van de FPU-uitkering vermeerderd met de aanvullende uitkering zal worden geïndexeerd volgens de systematiek zoals die gold voor de Wet vrijwillig vervroegd uittreden. De algemene salarismaatregelen in de sector Rijk zullen daarbij worden gevolgd. Ambtenaren uit de categorie 1, onderdeel a, zullen een uitkering ontvangen ter grootte van 80% van de laatstgenoten bezoldiging. De overigen ontvangen een uitkering ter grootte van 75% van de laatstgenoten bezoldiging. Op grond van de VUT-regeling gold dat inkomsten uit of in verband met arbeid werden gekort op de VUT-uitkering tot ten hoogste de VUT-uitkering. De FPU-regeling kent een afwijkende anticumulatie bepaling. De Stichting Pensioenfonds ABP zal ten aanzien van de ambtenaren bedoeld in de categorie 1 de anticumulatie bepaling toepassen zoals die gold voor de VUT-regeling. In het bruto netto traject zal gedurende maximaal 4 jaar rekening worden gehouden met in te houden pensioenpremie ten laste van de werknemer. Daarnaast zal de werkgever gedurende maximaal 4 jaar een zodanige pensioenpremie in rekening worden gebracht om de opbouw van de pensioentijd te garanderen. De totale pensioenpremie (werknemers- en werkgeversdeel) zal aan de Stichting Pensioenfonds ABP worden afgedragen. Het voorgaande betekent voor de ambtenaar dat hij in alle gevallen ook gedurende de periode tussen 61 en 65 jaar voor 50% van de tijd pensioen geldige tijd opbouwt alsof de VUT-regeling niet zou zijn vervangen door de FPU-regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel