**1.** Voor de toepassing van artikel 8, vierde lid, van de Wet wordt ter vaststelling van de inkomsten die de meewerkende echtgenoot, bedoeld in artikel 6 van de Wet, geacht kan worden te hebben genoten, de winst van zijn echtgenoot uit de onderneming waarin hij meewerkt, vermenigvuldigd met de factor X/Y, waarbij:
X is het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als die meewerkende echtgenoot; en
Y is de som van het in onderdeel a bedoelde loon en het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als zijn echtgenoot.
**2.** Voor de toepassing van artikel 8, tweede lid, van de Wet wordt ter vaststelling van de winst van de zelfstandige, bedoeld in artikel 4 van de Wet, die «zijn echtgenoot» is in de zin van het eerste lid, zijn winst vermenigvuldigd met de factor A/B, waarbij:
A is het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als die zelfstandige; en
B is de som van het in onderdeel a bedoelde loon en het loon van de werknemer, die in dienstbetrekking een gelijkwaardige functie uitoefent als zijn meewerkende echtgenoot die verzekerde is, bedoeld in artikel 6 van de Wet.
Artikel 5
Grondslag meewerkende echtgenoot en echtgenoot/zefstandige
Onderdeel van Inkomensbesluit Waz· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998