Met het koninklijk besluit van 9 december 1997 is tevens gebruik gemaakt van de gelegenheid om de terminologie van hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement aan te passen aan die van de Arbeidsomstandighedenwet. Voor wat de inhoud van de wijzigingen betreft, verwijs ik kortheidshalve naar de circulaire van 26 juni 1997, nummer AD97/U520.
In het eerste lid van artikel 36a is aangegeven in welke gevallen de ambtenaar kan worden verplicht om zich te onderwerpen aan een arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Ingevolge het tweede lid van artikel 36a kan de ambtenaar buiten dienst worden gesteld op grond van de uitslag van één van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet alsmede de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken bedoeld in het eerste lid, tenzij hem andere passende werkzaamheden kunnen worden opgedragen.
Met betrekking tot het arbeidsgezondheidskundig onderzoek dat op grond van artikel 24a van de Arbeidsomstandighedenwet plaats vindt, bericht ik u het volgende.
Het arbeidsgezondheidskundig onderzoek is een onderzoek dat de ambtenaar ondergaat op basis van vrijwilligheid. Volgens de Arbeidsomstandighedenwet is de werkgever verplicht alle werknemers periodiek in de gelegenheid te stellen zo’n arbeidsgezondheidkundig onderzoek te ondergaan met als doel om de risico’s die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich brengt, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Aangezien de werknemers niet verplicht zijn aan het onderzoek mee te werken zal het medisch advies altijd aan de betrokken werknemer worden uitgebracht en niet aan het bevoegd gezag. Dit geldt ook voor het medisch advies dat voortvloeit uit onderzoeken in het kader van het arbeidsgezondheidskundig spreekuur. Aan dergelijke medisch adviezen kunnen derhalve in principe geen rechtspositionele gevolgen voor de ambtenaar worden verbonden. Dit laatste kan alleen indien de ambtenaar uitdrukkelijk toestemming verleent om het medisch advies aan het bevoegd gezag uit te brengen. Een dergelijk aan het bevoegd gezag uitgebracht medisch advies kan op grond van artikel 36a, tweede lid, ARAR uiteraard wel leiden tot het nemen beslissingen van het bevoegd gezag. Daarbij ware te overwegen of het noodzakelijk is om een door het bevoegd gezag geïnitieerd specifiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (op grond van artikel 36a, eerste lid, onderdelen a tot en met k) te doen verrichten.
Mogelijke aandachts- en actiepunten met betrekking tot de arbeidsgezondheidskundige begeleiding zijn:
op basis van artikel 36 kunt u regels vaststellen met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begeleiding van verzuim, de arbeidsgezondheidkundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures;
de artikelen 36a, 36b en 36c vormen de basis voor de contractering met de Arbo-dienst;
op grond van artikel 36c worden voor ieder verzoek om een hernieuwd onderzoek de leden van de commissie van drie geneeskundigen aangewezen. Een dergelijke bevoegdheid kunt u, op voorwaarde dat de Arbodienst daarmee (gelet op artikel 10:4 van de Awb) instemt, desgewenst mandateren aan de Arbo-dienst.
Artikel 3
Aanpassingen in verband met de Arbeidsomstandighedenwet
Onderdeel van Wijziging Hoofdstuk VI ARAR· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998