Indien de 13e weeksmelding te laat plaats heeft, is de werkgever gedurende een langer tijdvak dan 52 weken gehouden de bezoldiging van de ambtenaar door te betalen (zie artikel 41, vijfde lid ARAR). Naast deze sanctie wordt de Stichting USZO door het Lisv verplicht tevens een boete op te leggen aan de werkgever die te laat meldt. De hoogte van de op te leggen boete bedraagt:
Tijdvak
Aantal dagen te laat
Hoogte boete
Vanaf 1 januari 1998
minder dan 7 dagen
f 150,–
7 dagen of meer maar minder dan 28 dagen
f 500,–
28 dagen of meer
f 1.000,–
Artikel 6
13e weeksmelding
Onderdeel van Wijziging Hoofdstuk VI ARAR· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1998