**1.** Indien een zeevarende van 18 jaar of ouder tijdens consignatie arbeid moet verrichten krijgt hij, met inachtneming van artikel 6.6:3, eerste en vijfde lid, voldoende rusttijd of pauze ter compensatie. Deze compensatie is ten minste gelijk aan de resterende rusttijd onderscheidenlijk pauze op het ogenblik van de oproep, en wordt toegevoegd aan de eerstvolgende periode van rust onderscheidenlijk pauze.
**2.** De arbeid die voortvloeit uit een oproep als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van de artikelen 6.6:2, eerste lid en 6.6:3, tweede en vierde lid, buiten beschouwing gelaten.
**3.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat hij en de overige zeevarenden van 18 jaar of ouder in elke periode van 4 achtereenvolgende weken:
ten minste 14 maal gedurende een periode van 24 achtereenvolgende uren geen consignatie worden opgelegd en
ten minste 2 maal gedurende een aaneengesloten periode van 48 uren geen arbeid verrichten noch consignatie worden opgelegd.
Hoofdstuk 6 › § 6.6 › Subparagraaf
Artikel 6.6:6
Artikel 6.6:6
Onderdeel van Arbeidstijdenbesluit vervoer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 20 augustus 2013