**1.** De schipper organiseert de arbeid zodanig dat een jeugdige visser:
in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 8 uren arbeid verricht;
in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een rusttijd heeft van ten minste 9 uren aaneengesloten en waarin de periode tussen 00.00 en 5.00 uur is begrepen;
per week ten hoogste 40 uren arbeid verricht;
een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdsruimte van 7 maal 24 uren;
op zondag in beginsel geen arbeid verricht.
**2.** De schipper organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige visser een pauze krijgt van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten ingeval de dagelijkse arbeidstijd langer is dan 4,5 uur.
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, mag de jeugdige visser:
in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 12 uren arbeid verrichten indien hij uit hoofde van de wachtindeling gedurende die uren feitelijk wacht loopt;
arbeid verrichten tussen 00.00 en 5.00 uur indien dit in verband met zijn opleiding noodzakelijk is.
Hoofdstuk 6A › § 6A.2 › Subparagraaf
Artikel 6A.2:4
Artikel 6A.2:4
Onderdeel van Arbeidstijdenbesluit vervoer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 25 januari 2020