**1.** Een vergunning kan in het belang van de bescherming van het Antarctisch milieu worden geweigerd.
**2.** Een vergunning kan worden geweigerd indien gegronde vrees bestaat dat de vergunninghouder niet overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde zal handelen.
**3.** Een vergunning wordt in ieder geval geweigerd indien:
de Consultatieve Vergadering, ingesteld op grond van artikel IX, eerste lid, van het verdrag inzake Antarctica, over het betrokken milieu-effectrapport een negatief oordeel heeft gegeven;
onvoldoende zekerheid bestaat dat ernstige nadelige gevolgen voor het Antarctisch milieu kunnen worden voorkomen;
de maatregelen, bedoeld in artikel 3a, onvoldoende zijn om de gezondheid en veiligheid van de mens te waarborgen;
het rampenplan, bedoeld in artikel 7a, onvoldoende is om gezondheid en veiligheid, opsporing en redding, medische zorg en evacuatie te waarborgen;
het rampenplan, bedoeld in artikel 7a, onvoldoende is om ongevallen met mogelijk nadelige gevolgen voor het Antarctisch milieu te bestrijden.
Artikel II van Stb. 2014/159 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
§ 4
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Wet bescherming Antarctica· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 29 januari 2015