Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Wet op de Adviesraad internationale vraagstukken· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 15 april 1998

1. De raad stelt uit zijn midden vier permanente commissies in. De voorzitters van deze commissies worden uit de leden van de raad door Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat aangewezen. 2. Indien voor de voorbereiding van adviezen specifieke deskundigheid is vereist die niet reeds in voldoende mate in de raad aanwezig is, kunnen in afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges in de commissies, bedoeld in het eerste lid, ten hoogste vijftien andere personen dan leden van de raad worden benoemd. 3. Op de in het tweede lid bedoelde commissieleden zijn de artikelen 11 tot en met 14 van de Kaderwet adviescolleges van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze leden door Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat worden benoemd, geschorst en ontslagen. Werkt terug tot en met 1 januari 1998.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel