**1.** Artikel 36, derde en vierde lid, is niet van toepassing op brieven, door de gedetineerde gericht aan of afkomstig van:
leden van het Koninklijk Huis;
de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal, leden daarvan, de Nederlandse leden van het Europese Parlement of een commissie uit een van beide parlementen;
Onze Minister;
justitiële autoriteiten;
de Nationale ombudsman;
de inspecteurs van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd;
de Raad, een commissie daaruit of leden of buitengewone leden daarvan;
de commissie van toezicht of een beklagcommissie, of leden daarvan;
organen, of leden daarvan, die krachtens een wettelijk voorschrift of een in Nederland geldend verdrag:
bevoegd zijn tot kennisneming van klachten of behandeling van met een klacht aangevangen zaken; dan wel
zijn belast met het houden van toezicht op de behandeling van personen aan wie hun vrijheid is ontnomen;
diens rechtsbijstandverlener;
diens reclasseringswerker;
andere door Onze Minister of de directeur aan te wijzen personen of instanties.
**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze van verzending van brieven aan en door de in het eerste lid genoemde personen en instanties.