De tekenbevoegdheid kan worden uitgeoefend ten aanzien van aangelegenheden die - naar het oordeel van de betrokken functionaris en op zijn verantwoordelijkheid - behoren tot zijn werkterrein en die niet moeten worden voorgelegd aan de naasthogere functionaris, met dien verstande dat:
geen beslissingen worden genomen ten aanzien van zaken van principiële aard;
de bestaande richtlijnen en gebruiken omtrent voorparaaf en medeparaaf in overleg en overeenstemming met medebelanghebbende organisatie-onderdelen in acht zijn genomen;
de binnen het ministerie geldende instructies omtrent het voorleggen en afdoen van stukken zijn gevolgd;
geen stukken worden ondertekend, die bij de ontvanger de indruk kunnen wekken, dat de ondertekenaar persoonlijk een beslissing neemt, welke door de minister of staatssecretaris moet worden genomen.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Besluit tekenbevoegdheid van de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken 1998· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1998