Indien een medische keuring noodzakelijk is, betreft het dan een keuring door de huisarts, een onafhankelijke arts, een aids-test?
Relevant is wat een onafhankelijke, professionele verzekeraar op dit punt in de regel als voorwaarde stelt. Dit houdt in beginsel in: keuring door een onafhankelijke arts, veelal inclusief een aids-test. Indien uit het onderzoek blijkt dat sprake is van een duidelijk slechte gezondheid, dient daarmee bij de acceptatie door de BV en bij de premievaststelling rekening te worden gehouden. Een mogelijkheid is dat de omvang van het overlijdensrisico voor de BV wordt beperkt.
Wat zijn de gevolgen indien de BV het risico van overlijden niet herverzekert bij een professionele verzekeraar, terwijl zulks gezien de positie van de BV wel noodzakelijk wordt geoordeeld?
In een dergelijk geval is er geen sprake van een reële verzekering. Bij de beoordeling dient ook de grootte van het risico van overlijden en het daarmee gemoeide bedrag te worden meegewogen.
Uit het Besluit blijkt dat voor zover een overlijdensuitkering is herverzekerd bij een professionele verzekeraar, deze wordt aangemerkt als een reële kapitaalverzekering ongeacht het feit dat wellicht de overige elementen van de (gemengde) verzekering niet als reëel worden aangemerkt. Hoe dient in dergelijke gevallen met de in totaal voldane premies te worden omgegaan?
De overeenkomst dient te worden gesplitst in het reële overlijdensgedeelte met de daaraan toe te rekenen premie en het andere, niet-reële gedeelte met de daarbij behorende premie.
Indien een gezondheidsverklaring/medische keuring ontbreekt, is dan per definitie sprake van een spaarcontract?
Neen. Indien is herverzekerd bij een professionele verzekeraar of het belang van het overlijdensrisico gering is, speelt zulks in het geheel geen rol. Bij een overlijdensrisico met een gemoeid bedrag dat lager is dan f 300.000 is in de regel geen medische keuring noodzakelijk. Alsdan is wel een gezondheidsverklaring vereist. Deze zou evenwel aanleiding kunnen vormen voor het alsnog moeten plaatsvinden van een medische keuring.
Kan het risico van vooroverlijden worden herverzekerd op het leven van een ander persoon dan dat van het verzekerd lijf van de kapitaalverzekering met de eigen BV?
Uiteraard kan daarvan geen sprake zijn. In dergelijke gevallen zou de herverzekering de noodzakelijke relatie met de kapitaalverzekering bij de eigen BV ontberen. In het geval het verzekerd lijf daarvan overlijdt, ontvangt de BV de benodigde gelden niet en in het omgekeerde geval ontvangt de BV gelden zonder uitkeringsnoodzaak.
Is het toegestaan – indien de kapitaalverzekering is gesloten met een eigen BV die in onroerende zaken belegt – aan het eind van het jaar door de verzekeringnemer te laten aangeven in welke onroerende zaak de premies geacht moeten worden te zijn belegd?
Neen, een van de verzekeringnemer onafhankelijke BV zou nimmer met deze een overeenkomst aangaan op grond waarvan deze naar believen – achteraf – de meest gunstige aanwending van het door hem in de BV belegd vermogen kan aangeven. In een dergelijk geval kan niet worden gesproken van een reële kapitaalverzekering.
Idem als vraag C.6 doch de verzekeringnemer kan per jaar vooraf aangeven in welke onroerende zaak of zaken de premies voor het komende jaar geacht worden te zijn belegd.
Idem als het antwoord op vraag C.6. In situaties waarin de kapitaalverzekering met een zodanige eigen BV is gesloten, worden de premies geacht betrekking te hebben op alle onroerende zaken waarin de BV belegt.
Op welke wijze dient de ‘bonus’ die de Verzekeringskamer eist om te voldoen aan het begrip ‘levensverzekering’ door de BV te worden zichtbaar gemaakt in de tariefstelling?
In de tariefstelling door de BV dient de ‘bonus’ daadwerkelijk zichtbaar te zijn gecalculeerd indien sprake is van een garantiekapitaal. Bij verzekeringen zonder garantiekapitaal zal de tegenwaarde van de bonus naar voren moeten komen door jaarlijkse onttrekking/toevoeging van de risicopremies aan de voorziening verzekeringsverplichting. Deze risicopremie is gebaseerd op een opslag respectievelijk afslag bij overlijden van ten minste 10%. Derhalve kan in dergelijke gevallen niet worden volstaan met het in de overeenkomst garanderen van de ‘bonus’.
Artikel C
Materiële criteria: realiteitsgehalte
Onderdeel van Vragen en antwoorden over kapitaalverzekeringen afgesloten met de eigen BV· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 9 juli 1998