Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Aanwijzing gebieden, routes met vliegplanverplichting en uitzonderingen op vliegplanverplichting

Onderdeel van Regeling vliegplannen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2024

1. Onverminderd het bepaalde in paragraaf SERA.4001 van verordening (EU) nr. 923/2012 wordt voor aanvang van de vlucht een vliegplan ingediend voor: iedere IFR-vlucht in de FIR-Amsterdam; iedere vlucht in de NSA Amsterdam, met uitzondering van vluchten met staatsluchtvaartuigen als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Regeling luchtverkeersdienstverlening. 2. Geen vliegplan is vereist voor VFR-vluchten van of naar een staat binnen het Schengengebied, tenzij: de desbetreffende staat een vliegplanverplichting voor VFR-vluchten kent; de vlucht het luchtruim doorkruist van een staat buiten het Schengengebied; of het indienen van een vliegplan verplicht is op grond van paragraaf SERA.4001, onderdeel b, subonderdelen 1, 3, 4 en 6, van verordening (EU) nr. 923/2012. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel II, onderdeel B, van het Besluit van 13 december 2023 tot wijziging van het Besluit vergoedingen luchtvaartnavigatiediensten 2010 in verband met de vaststelling van vergoedingensystematieken voor de luchthavens Eindhoven en De Kooy en enkele redactionele wijzigingen en tot wijziging van het Besluit luchtverkeer 2014 in verband met een grondslag ten behoeve van vluchtprocedureontwerp en uitzonderingen op de vliegplanverplichting bij grensoverschrijdende vluchten (Stb. 2024, 66) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel