**1.** De begeleidingscommissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste acht andere leden.
**2.** De voorzitter en de andere leden worden door de Staatssecretaris benoemd.
**3.** De Staatssecretaris kan voor elk lid van de begeleidingscommissie, behoudens de voorzitter, een plaatsvervangend lid benoemen.
**4.** Bij vertrek van een lid of plaatsvervangend lid kan de Staatssecretaris een ander lid, dan wel een ander plaatsvervangend lid, benoemen.
**5.** De voorzitter en overige leden en plaatsvervangend leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de Staatssecretaris door middel van een gemotiveerd besluit.
**6.** De Staatssecretaris verleent leden of plaatsvervangende leden van de begeleidingscommissie in ieder geval ontslag, indien een lid of plaatsvervangend lid daarom verzoekt.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Instellingsregeling begeleidingscommissie DIMS· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 28 juli 2015