Een faciliteit om het nummer van het netwerkaansluitpunt van waaruit een verbinding tot stand wordt gebracht, dan wel het nummer waarmee een individuele gebruiker van dat netwerkaansluitpunt kan worden geïdentificeerd aan het netwerkaansluitpunt waarmee die verbinding tot stand komt te verstrekken, wordt niet gebruikt om de opgeroepen gebruiker onjuiste informatie te verstrekken met betrekking tot dat netwerkaansluitpunt of die individuele gebruiker.
Hoofdstuk 11 › § 11.2
Artikel 11.10a
Artikel 11.10a
Onderdeel van Telecommunicatiewet· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2016