Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Uitbreiding van de kring van studerenden

Onderdeel van Besluit uitbreiding kring studerenden Wajong· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2020

1. Voor de toepassing van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt mede verstaan onder studerende de persoon die niet op grond van artikel 1:4, eerste lid, van die wet als studerende wordt aangemerkt en die: werkzaam is om vakbekwaamheid te verwerven, onder wie mede wordt begrepen de persoon, die als leerling van een instelling van onderwijs praktisch werkzaam is, alsmede de persoon die aan een bedrijfsschool opleiding ontvangt; in verband met onderwijs of een beroepsopleiding lessen of stages volgt van gemiddeld minder dan 213 klokuren per kwartaal en: een opleiding aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de artikelen 1.8 of 6.9 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, dan wel een daarmee gelijkwaardige opleiding in of buiten Nederland volgt met een studiebelasting van ten minste 1680 uur per jaar; een andere studie of opleiding volgt dan genoemd onder 1°, met een studiebelasting van ten minste 1600 uur per jaar; of in het examenjaar van een meerjarige studie of opleiding ten minste gemiddeld 162 klokuren per kwartaal lessen of stages volgt. 2. In afwijking van het eerste lid wordt niet als studerende aangemerkt degene die een levenlanglerenkrediet ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Treedt in werking op het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 3 juni 2019 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en enkele andere wetten in verband met verdere activering van de participatie van jonggehandicapten en het harmoniseren van de verschillende regimes Wajong tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdelen C, R, U en FF, van die wet in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel